10. Erg, erger, ergst. Verlies door ziekte en relativeren.

Nu de situatie weer wat is bedaart tot de volgende stap. Probeer ik opnieuw te bepalen waar ik nu sta.

Tot kort geleden had ik geen idee. Ik voelde me gezond.
Toen ineens een tumor in mijn lijf. Help! Ik heb kanker.
Daarna bleek dat het beperkt is gebleven tot mijn borst en mijn lymfe.
“Gelukkig, ik heb alleen maar borstkanker….”

Bizar hoe verandering van perspectief hetzelfde feit in een totaal ander daglicht kan stellen.
Hier bij ons aan de overkant heeft een jong kind diagnose leukemie. Een ziek kind lijkt me veel erger dan het zelf te hebben. Kinderen zijn de toekomst. Dat is tegennatuurlijk.
Ik heb wel eens gedacht. Stel dat ik wel overlijd in de nabije toekomst. Dan hebben de achterblijvers een lege plek. Ik heb dan nergens last meer van.
Vergeleken bij de man van mijn vriendin, heb ik ook geluk.
Het kan altijd erger.

“Het kan altijd erger” is op zich een helpende gedachte. En ook een beetje gevaarlijk.
Door deze levenshouding heb ik mezelf al eens in een burn out gewerkt.
Het kan altijd beter, meer, sneller, erger mooier. Ik doe altijd te kort.

Door te vergelijken met anderen die het of beter of minder goed hebben kun je je eigen situatie ook bagatelliseren. (kleiner maken)

Als ik enkel zou denken: Ik moet voorlopig helemaal niets. Ik hoef enkel een beetje lief te wezen en piepers te schillen. Wat feitelijk wel waar is. Dan zou ik mezelf onrecht aandoen.
Het is naar om kanker te hebben. Ook al zijn we er op tijd bij en kan het erger.
De onderzoeken, de afspraken, het wachten op uitslagen, chemo enz.
Het is naar om mijn haar te verliezen.
Het is naar om te stoppen met werken.
Het is allemaal verlies van dagelijks functioneren.
Verlies gaat gepaard met rouw.
Rouw is inwendig hard werken.
Herstellen is inwendig hard werken.

Een kleine opmerking van een monteur vanmorgen bracht mij al uit balans. Hij is de afgelopen maanden wel eerder bij ons geweest. De beste man vroeg enkel vriendelijk: “Mag jij doorwerken tijdens deze lock down? ”
Plop, in no time moest ik diep ademhalen en vulde mijn ogen met tranen.
Hortend en stotend vertelde ik de reden dat ik nu thuis ben.
“Over een paar weken ben ik net zo kaal als jij”, grapte ik nog.

Ook al is mijn proces tijdelijk, de realiteit is dat er een ziekte in mijn lijf zit ,die eruit moet. En dat er best veel bij komt kijken. Emotioneel en ook praktisch.
Jaro moet een beugel. Op zich geen big deal en nu opeens een heel geregel.
Wat kan praktisch wel, wat niet? Er moet veel verder over worden nagedacht.
Er is zo veel onzekerheid. Onzekerheid brengt ongemak en dat vind ik intensief.

Het is oké om hoopvol en positief te blijven. Met oog voor de realiteit.
Het is hard werken om in deze “nieuwe realiteit balans te vinden, te behouden of terug te vinden. Naast ziektewinst is er ook verlies.

En om dat de doorleven heb ik soms rust en ruimte nodig.
Soms steun, soms een luisterend oor.
Soms is een lief gebaar of een klein berichtje dat je aan me denkt, juist fijn.
Soms een lach, soms een traan.
Vaak een grap of een wandeling in stilte.
Het hoort er allemaal bij.

En ouders die dit lezen: “Geef je kind ook de ruimte voor zijn of haar pijn. verdriet of luie kant. Grenzen verleggen is het mooiste, met behoud van jezelf. “

9. Ziek zijn en humor

Valt er ook nog wat te lachen!? Natuurlijk! Humor kan lucht en ontspanning geven.

René en ik kunnen samen enorm fantaseren en doorborduren op een opmerking.
“Zeg, Co’tje”, begint René. “Als jij chemo hebt, zal ik dan boven naar het toilet gaan of zullen we een Dixi toilet voor jouw bestellen?”

Hoe komt hij erop?! Om zijn mondhoeken zie ik een krul van triomf verschijnen, terwijl zijn ogen ondeugend twinkelen. Hij mag dat allemaal zeggen, want ik weet, dat hij altijd zelf degene is die het ongemakkelijkste op zich neemt.

“Of zo’n houten hokje boven de sloot?” Gaat hij door.
“Dat maar niet”, zeg ik, “dan komen alle vissen dood bovendrijven. We hebben het oude huis nog staan. “Dan ga ik toch op dat toilet? “.

“Hoe ga je dat doen meissie? Het water en licht zijn afgesloten, dan mag je een emmertje mee nemen. Dat is lekker snacht’s”. Ook geen goed idee.
Hoewel? In gedachte zie ik hem naar buiten stommelen met zijn emmertje en een zaklampje. Bij dat beeld kan ik wel lachen.

We zijn het erover eens dat René dan beter naar boven naar het toilet kan gaan. Dat is ook het makkelijkste voor Jaro. Die leeft als echte puber vampier bijna boven op zijn kamer.

Maarrrrr….dan moeten we onze hond, Willem goed in de gaten houden. Willem drinkt niet uit de hondenbak. Willem drinkt uit het toilet en hij kan zelf deuren openen. Het is nog allemaal niet zo eenvoudig wat er allemaal bij komt kijken!

Onze dieren zijn, naast René, Anco en Jaro, echt een van de lichtpuntjes in mijn leven. Iedere dag een knuffel en een lach! Daar kan ik zo van genieten! Er wordt wel gezegd dat de beste therapeut en vacht heeft en vier poten. Ik ben het ermee eens. Daar kan ik als therapeut echt niet tegenop!
De honden Mylo en Willem, zijn allebei pleeghondjes met een rugzakje. Hier lopen ze op het erf en samen kunnen ze het prima vinden. Er valt geen land mee te bezeilen en wij worden niet gestolen!
De kat, Fudge is ook een bijzonder exemplaar. Hij vindt zichzelf heel wat en ook hij heeft niet vooraan gestaan. Tot slot de kippen, haan Harry en kip Gerda. Dit waren de twee die we niet konden vangen toen de rest weg ging. Agelopen week hebben we Gerda weer van een hoop eieren afgehaald. Zij was alvast weer enthousiast begonnen met broeden ondanks de sneeuw.

Wat ik als hilarisch ervaar dat ik met mijn 50 jaar in de maatschappij als oud wordt bestempelt. Op de oncologieafdeling krijg ik in deze korte periode regelmatig te horen dat ik nog maar 50 ben! Hartikke jong! Daar wordt ik wel blij van.

En ik kan vreselijk om mezelf lachen als ik toch die reep pure chocolade in mijn mandje mik. Tjah, nu smaakt alles nog!

8. Het eerste gesprek met de oncoloog.

We zijn vanmorgen op tijd opgestaan. Vanwege de nervositeit waren we sowieso vroeg wakker. Het is nog donker buiten als we aan de koffie beginnen. Na het douchen kreuken we een broodje naar binnen. Goed gegrond blijven nu we door gaan naar de volgende stap. Nog een half uur over voordat we vertrekken. Jemig, normaal kom ik iedere ochtend tijd te kort!

Het is nog rustig in het ziekenhuis als we aankomen. Natuurlijk lopen we eerst te zoeken naar de afdeling. We zijn ruim op tijd. Ik heb mijn gladde steen in mijn hand. Dat stelt me gerust. En pak er ook een papieren zakdoek bij.
Als ik nerveus ben ga ik hoog ademhalen. Ik ben de hele tijd bezig diep adem te halen en aanwezig te zijn in het hier en nu. En ik wil alleen maar weg! Weg uit deze wachtkamer, Weg uit deze situatie! Dat kan en dan gaat de borstkanker zich uitbreiden. Dan ga ik zeker dood. Dat wil ik niet, dus ik blijf zitten. Zuchtend met een knoop in mijn maag.

De oncoloog ziet er vriendelijk uit. Zij nodigt ons uit in haar kamer en we nemen plaats op de stoelen. Hoe gaat het nu met je? vraagt ze. Ik antwoord: “Gespannen”
Dat vindt zij wel logisch. René zit naast me en ik vind zijn grote stevige hand. Zijn hand voelt koud. Ook voor hem is de situatie natuurlijk beladen.

“Ik neem aan dat je gestopt bent met je werk?”
“Ja, ik heb alles laten vallen.” antwoord ik.
“Dat doe je goed”, klinkt het ferm. Ik hoor het wel eens anders. Het is nu goed om je volledig te richten op je herstel.” Het voelt fijn dat ik wordt bevestigd in mijn beslissing.

We nemen eerst alle onderzoeken die gedaan zijn nog eens door.
De tumor is hormoon gevoelig. Dat is gunstig
Er waren geen eiwitten. Dat is gunstig
En het is matig snel groeiend soort.

Gelukkig geen uitzaaiingen in de rest van mijn lichaam!

De MRI was een extra controle. Soms blijkt dat er meer is dan in eerste instantie te zien is. Bij mij bleek het verder in orde, Dus dat is ook gunstig.

Nu, als er tien vrouwen zijn met borstkanker zijn er veel onderlinge verschillen en trajecten. Chemo wordt ingezet voor de toekomst.
Enkel operatief verwijderen is geen garantie dat er geen nieuwe tumor zal groeien of resten achterblijven.
En de oksel hoeft niet te worden uitgelepeld zodat de rest van de lymfe in tact blijven en een klotsarm woord voorkomen.

Met chemo worden de snelle celdelingen vernietigd. Niet alleen de schadelijke. Ook de haarcellen, maag, darm en beenmerg. De misselijkheid wordt zoveel mogelijk tegengegaan met medicijnen die ook in het infuus zitten. Mijn weerstand wordt plat gelegd. Daarvoor krijg ik een injectie.
Er is geprobeerd met koelzakken het haarverlies tegen te gaan en dat werkt teleurstellend. Ik zal mijn haar verliezen. Daar zijn we al vanuit gegaan. Ik ben blij dat ik mijn haar al heb afgeknipt en gedoneerd. Dat was emotioneel best pittig om te beleven.

Ik merk dat ik ongeduldig wordt. Ja, ja, kom maar op met wat je voor mij in gedachte hebt. Nou, daar is het dan:
Starten met de zwaarste kuur vier keer om de week. Dus in totaal 8 weken.
Dan een lichtere kuur, 12 weken achter elkaar, iedere week.
Zo! Dat is niet mis.

Aangezien de lichaamscellen dit redelijk aankunnen en de kankercellen niet, wordt er wekelijks behandeld. De kankercel krijgt geen tijd om te herstellen.

Er wordt tussendoor geavaleerd en we mogen altijd contact opnemen met vragen.
Daarna de operatie en bestraling en omdat de tumor hormoongevoelig is nog vijf jaar medicijnen.

Hoe raar het ook klinkt, ik voel me rustiger worden. Het is niet niks wat ons te wachten staat en ik schiet direct in mijn praktische modus.

Oké, het zwaarste eerst. René heeft het nu nog niet druk en vanwege corona is de school nog dicht. Dat is gunstig. Effe rekenen. Zeg dokter, als ik het zo bekijk kan ik na de zomervakantie weer voorzichtig dingen opstarten. Klopt dat?

De arts, bevestigd dat, als alles naar wens verloopt, er een reële kans is dat het mogelijk is. Je moet ervaren wat het met je doet. Ook tijdens de behandelingen kan ene zelf auto rijden, de ander wordt suf en laat zich halen en brengen. Je zult slechte momenten beleven en betere die zich afwisselen. Daarin zal  je een bepaald patroon ontdekken tijdens de behandelingen waarop je zult afstemmen. Zodat je kunt inschatten wat je wel of niet kan en wanneer.

Mijn lichaam reageert over het algemeen nogal heftig. We gaan van het slechtste uit. Dan kan het alleen maar meevallen. Het idee te beginnen met het zwaarste, nu het werk van René rustig is en de school gesloten en dan voorzichtig vooruit is nog minst beroerd. Ik sta met mijn rug tegen de muur en kan alleen maar vooruit, door de ellende heen. Leuk is anders.

Volgende week maandag staat er een afspraak om de markers te plaatsen en waarschijnlijk later in  dezelfde week krijg ik mijn eerste chemo. Er komt nog een gesprek over de details. Ik voel angst en opluchting tegelijk.

Hoe eerder ik door deze emotionele achtbaan heen ben, hoe beter.

7. Ziektewinst

Dit is een gevoelig onderwerp. We willen het niet graag toegeven en een klacht heeft vaak ook een positieve kant of voordeel voor ons: Ziektewinst.
Ziekte kan ons naast malaise een sociaal geaccepteerde reden geven om onder verplichtingen of taken uit te komen.

De winst van mijn ziekte is bijvoorbeeld dat ik nu iedere ochtend rustig op kan staan. Dat heeft ook te maken met de Lock Down vanwege Corona. Ik vind dat niet erg. Ik vind het fijn dat ik niet om half acht aangekleed en klaar de deur uit moet rennen om op tijd te zijn. En nu eerst rustig een kop koffie kan drinken en per dag kan bedenken wat ik kan en wil doen.

Er zijn er ook in mijn omgeving die mee profiteren van mijn ziek zijn. De honden vinden het geweldig dat ik meer thuis ben en soms mogen ze nog mee wandelen ook! Zelfs de kat profiteert ervan nu er een portier is voor hem.

Bovendien heb ik nu recht van spreken. Mensen die ziek zijn kunnen soms schuilen achter hun kwaal. “Jij weet niet hoe het is” Dat weet ik nu wel, want ik zit ook in dit schuitje. En ik kan mijn visie en overtuigingen in de praktijk brengen.

Ook al zat ik niet op deze diagnose te wachten. Ik vind het ook leerzaam. Zoals een collega zegt: “Alles wat we meemaken is een uitnodiging tot groei.”

Door enkel te kijken naar de negatieve aspecten, ervaren we enkel negatieve gevoelens. We zouden liever willen dat of we zouden eigenlijk moeten… ect.

Dat zijn geen helpende gedachten. Daar ga ik me niet beter door voelen. Natuurlijk ervaar ik angst en ik merk ook dat ik grenzen verleg en mezelf kan overstijgen door wat ik noodgedwongen meemaak.

Ik heb de tijd om dagelijks te wandelen. Iedere dag de haard aan omdat ik tijd heb om hout te pakken en de aslade te legen. Normaal gesproken redt ik dat niet in het dagelijks leven. Terwijl ik dat echt heel fijn vind om te doen. En alle aandacht, lieve reacties van mensen. Dat is er ook!

 

 

6. Ziekte en werk

Vanaf het eerste moment dat ik wist dat ik kanker heb. Heb ik a mijn werkzaamheden buiten huis laten vallen. Herstellen en de zorg voor Jaro en thuis zijn mijn prioriteit.

Ik voel lichamelijk nog geen klachten. Ik voel me wel moe door het geregel, onderzoeken en doktersafspraken.  De spanning en emotie kosten energie.

Het bericht naar mijn cliënten sturen vond ik pijnlijk. Gelukkig waren veel van hen al in een fase van een apk of onderhoudend gesprek. Meestal komen in januari weer nieuwe aanmeldingen. Dat gaat nu niet door.

Het is een hele stap want mijn onkosten gaan door. Beroepsvereniging, praktijkruimte, website, verzekeringen, bijscholing.

Alles wat ik in een aantal jaren heb opgebouwd ligt ineens plat. Doorgaan is nu voor mij geen optie. Ik kan tijdens de behandeling onmogelijk garanderen dat ik emotioneel beschikbaar ben en fit genoeg om mensen op de afgesproken dag en tijd te ontvangen. Dat doet zeer. Mijn werk is mijn lust en mijn leven.

Als ik artikelen lees over mensen die gelukkig doorgaan met hun werk tijdens hun chemo behandeling, vraag ik me af wat de media beseft wat zij hiermee uitdragen?
Ik denk aan de invloed die foto’s uit van broodmagere modellen op jonge meisjes in die in de groei zijn en zich uithongeren.

Natuurlijk is het mooi als je kunt doorwerken tijdens je herstel als dat steunend voor je is. Werk kan een krachtige vorm van zingeving zijn. En ik denk ook. Mogen we niet laten zien dat we kwetsbaar zijn?

Het doet me denken aan mensen die geestelijk of lichamelijk misbruikt zijn en zich ervoor schamen. Terwijl zij slachtoffer zijn!

Als ik slachtoffer ben van een ziekte zoals kanker, vind ik dat ik dat in alle waardigheid mag laten zien en me daar naar mag gedragen. Met de kracht van kwetsbaarheid.

Ik kies er bewust voor om mij nu eerst te richten op mijn herstel. Ik wandel om mijn conditie op te bouwen. Ik maak soepjes er vries porties in om de komende periode voedzaam en gezond te kunnen blijven eten.

Het ging me aan mijn hart de afspraken begin januari  met cliënten af te zeggen. Client die door wilde met de therapie over te dragen aan een collega. Mijn sopklusje bij buurtdiensten te stoppen van de een op de andere dag.
En alles om zo spoedig mogelijk weer terug te komen op gezond niveau. Om weerbaar het proces aan te gaan en er zo goed mogelijk doorheen te komen. Zodat ik met een nieuwe ervaring weer verder kan met mijn werk.

Wat ik duidelijk wil maken is, dat ieder goed bij zichzelf te rade moet gaan: Waar voel ik me het beste bij? Wat is voor mij belangrijk? Waarom? Wat is haalbaar?
Doe wat bij jouw en je situatie past.

Ik kan dan misschien geen cliënten ontvangen. Ik kan wel mijn proces delen en me verdiepen zodat ik in de toekomst misschien wel cliënten met borstkanker kan begeleiden in hun proces.

5. Ik heb kanker. Reacties van de omgeving.

Sinds het moment dat we te horen kregen dat het knobbeltje in mijn borst een kwaadaardige tumor is, is niets meer hetzelfde.

Het doet iets met jezelf, het doet iets met je omgeving en er gebeurt van alles met jezelf in contact met je omgeving.

Hele lieve steunende reacties en ook heel goed bedoelde onhandige reacties maken weer een kettingreactie van gevoelens los. Juist dan is het zaak bewust te blijven handelen.

De ochtend na het bericht dat ik borstkanker heb. Lagen we nog in bed. We hadden beide nauwelijks geslapen. Toen René deelde wat hem wakker had gehouden kon ik mijn oren niet geloven. Hij had namelijk een heel scenario voorbij zien gaan van zichzelf als hij ziek zou zijn en dood zou gaan.
Mijn eerste reactie was inwendig: “Hallo, de ziekte is geconstateerd in mijn lijf!”
Ik bedacht me dat hij zich heel kwetsbaar opstelde door dit met mij te delen en dat dit nu eenmaal is wat het met mensen doet.
Toen ik hoorde dat de man van mijn vriendin zeven tumoren in zijn hoofd heeft en nog vier elders op vitale organen in zijn lijf, werd ik ook plotseling bewust van mijn eigen kwetsbaarheid. Als hij het kan krijgen, misschien moet ik dan ook maar eens laten kijken naar slepende kwaaltjes. Het is heel menselijk eerst je eigen scenario te verbeelden. Misschien ook wel om het idee van de ander mogelijk te verliezen uit de weg te gaan.

Ook goed bedoelde opmerkingen over anderen die het ook gehad hebben en dat ik vooral positief moet denken raken mij soms. Rot op met je positief denken! De realiteit is dat er een levensbedreigende ziekte in mijn lijf zit. Er overlijden nog steeds mensen aan borstkanker. Vooral in de periode dat we nog niet wisten wat en hoe erg, kon ik dit soort reacties slecht aan. Nu ik weet dat het beperkt blijft tot mijn borst er lymfe gaat dat beter. Het hebben van toekomstperspectief bleek van groot belang voor mij. Ach, wellicht vinden mensen de realiteit ook lastig te aanvaarden. Door de werkelijkheid hoopvol te maken kun je eventueel eigen verdriet wellicht uitstellen.

Ik heb gelachen om de hartverwarmende tips over wietolie, mutsjes, geloofsovertuigingen, behandelingen, diëten en weet ik het allemaal niet meer. De behoefte om oplossingen aan te bieden zit gewoon in de mens. De timing is vaak wat vroeg waardoor het doel mist. Ik verzamel alles en als ik tijd, zin en gelegenheid heb zal ik het onderzoeken.

Dan zijn er de ongemakkelijke momenten als ik een ruimte binnen stap en aan de sfeer voel. Ze weten het en durven er niets over te zeggen. Bij voorbeeld in mijn tweede bericht. Mijn man. René en ik kwamen op een bedrijf kijken bij een werktuig. Ik merkte aan de vertegenwoordiger van de machine dat hij het wist. Zijn oogopslag en onderzoekende blik. Normaal wordt ik nooit zo onderzoekend aangekeken. Ik wist niet of hij op de hoogte was. Door het contact had ik een vermoeden. Normaal benoem ik het dan zelf. Hup, hete hangijzer op tafel en weer door met de orde van de dag. Nu zei ik niets omdat ik dacht, als het niet zo is komt dat misschien zo aandacht trekkerig over.

Dan de vraag waarom? Waarom jij? Mijn moeder zou zeggen: “Waarom ik niet?” Een op de zeven vrouwen krijgt borstkanker. Ondanks dat ik het niet heb zien aankomen, kan ik het nu wel relativeren. Ik ben lang niet de enige en gelukkig is het een vorm die goed te behandelen is. Het is niet fijn, het wordt geen fijn jaar, ik had het net zo lief niet en het feit ligt er. Het is zoals het is, niet zoals ik wil dat het is.

Tot slot de berichtjes, kaartjes en oprechte belangstelling ervaar ik nu al als helend! Ik had moeite had de eerste reactie van mensen te hanteren. Hun geschokte reactie is een teken dat ik belangrijk voor iemand ben. Dat kon ik toen slecht aan. Ik had op dat moment echt genoeg aan de emotie van mezelf mijn man en mijn kinderen. Nu voelt het als een warm bad om lieve oprecht steunende, kaarten, berichten, chocolade en bloemen te ontvangen. Soms uit heel onverwachte hoek. Superlief!

4. Uitslagen, in de scan, uit de scan. Waar houdt het op?

Op maandagochtend 28 december zitten Rene en ik te wachten. Om 13:00 verwachten we de uitslag betreft aantasting van de lymfeklier. De wijzers van de klok kruipen.

Zal ik je haar maar effe knippen? vraag ik Rene. Ja doe maar, dan hebben we wat te doen. Als ik klaar ben met knippen gaan we maar douchen om de tijd te doden. Het is pas elf uur. Zodra we klaar zijn kijk ik op mijn telefoon. Zeven gemiste oproepen, waarschijnlijk van het ziekenhuis. Verdorie!!! Gauw terugbellen. Natuurlijk kan de telefoniste niet doorschakelen en moeten we wachten. Wat duurt dat lang!
Eindelijk gaat de telefoon. We verwachten slecht nieuws. Er is niet voor niets een punctie gedaan. De klier was tenslotte  gezwollen. Bovendien krijgen we dan of gelijk, of het valt mee.

Weer foute boel. De lymfe is aangetast. Als het hierbij blijft, is het geheel nog te behandelen. Er moet nu wel verder worden gekeken of er nog meer haarden of uitzaaiingen zijn. Het niet weten waar we aan toe zijn vinden we slopend.

Aan de ene kant fijn. Sjees me maar door die scan. Op dit moment voel ik overal verontrustende signalen in mijn lijf. Ik lust graag een biertje, het zit vast op mijn lever. Mijn oog is troebel, het zit vast ook in mijn hoofd. Het is om gek van te worden.

We moeten naar het ziekenhuis om bloed te prikken zodat de scan kan worden aangevraagd. Mijn oprechte complimenten voor de artsen, de secretaressen en iedereen die meewerkt aan de planning en uitvoering. Het gaat zo snel en efficiënt. Aan de ene kant prettig, aan de andere kant overweldigend.

Dan de Pat scan. Ik krijg een infuus met radioactieve vloeistof en een luier. Ik moet drie kwartier in een kamertje liggen met mijn mondkapje op. Daarna gaan we naar de scan. Ik ben harstikke gevoelig. Dat infuus voel ik constant. De dag erna ook nog, behoorlijk irritant. Ook in de scan moet het mondkapje op blijven. Dat is benauwd!
Ik ben dankbaar voor alle ontspanningsoefeningen en meditatie die ik nu kan inzetten. In gedachte laat ik me wegzakken in het matras onder mij en laat ik mezelf een worden met het apparaat en de omgeving. Ik bedenk me hoe angstig dit moet zijn voor kleine kinderen om te ondergaan. Dankbaar dat het er is en dolblij dat ik eruit mag. Nu weer wachten op de uitslag.

Voor de uitslag mogen we woensdag naar het ziekenhuis op gesprek. We zijn er op tijd. Er liggen kleurige gehaakte mutsjes in de wachtkamer. Gemaakt door vrijwilligers en gratis mee te nemen. Ik voel een brok in mijn keel. Ja. dat is mijn toekomst. De tijd kruipt voorbij een een half uur na de afgesproken tijd worden we opgeroepen. Natuurlijk vind ik het zelf fijn als de artsen tijd nemen voor een gesprek. En wachten op een uitslag is als het gesprek van een ander uitloopt, echt hard werken. Gelukkig goed nieuws! De kanker blijft beperkt tot het knobbeltje en de lymfe. Het wordt geen leuk jaar en ik heb toekomstperspectief!

Enorm opgelucht en daadkrachtig, wellicht overmoedig, denk ik, kom maar op!

Het knobbeltje is ongeveer 15 mm. De behandeling zal starten met chemo. Dat doen ze tegenwoordig omdat dan zichtbaar is of de chemo effect heeft op de tumor. Als de tumor eerst wordt weggehaald is dat niet zichtbaar. Om resten van de tumor en de lymfe terug te kunnen vinden, zal ik eerst worden gechipt. Dat is ongeveer net zoiets als de biopsie. En er wordt een afspraak gemaakt voor een MRI scan. Dan kan ook op korte termijn. Alles weer keurig, vlot en efficiënt geregeld.

Dinsdag 12 januari kan ik terecht voor de MRI scan 10:45. Of je het wilt geloven of niet. Het stond juist in mijn agenda en in mijn hoofd heb ik kwart voor twaalf opgeslagen. Als we in de auto zitten zie ik de brief waarin staat dat ik me om half elf moet melden voor dit onderzoek!? Oh, help! Dat is suf. Ik bel ik de auto het ziekenhuis. Gelukkig mogen we doorrijden en kan ik evengoed terecht. Als ik in de wachtkamer zit ben ik bloednerveus? Waarom? Is het omdat ik me schaam dat ik me een uur heb vergist? Is het omdat het nu dichtbij komt? Dan loopt er een dame met onder haar platte pet een kaal chemo bolletje de wachtkamer in. Jezus wat confronterend!

Ik heb een paar dagen geleden mijn haar al kort laten knippen. Ik zie er niet meer uit als de foto op mijn site.  Waarom? Omdat ik geen zin heb in het verdriet als ik met lange plukken haar in mijn handen sta. Nu heb ik mijn haar kunnen doneren voor een pruik. Nu heb ik het gevoel dat ik bepaal en niet de chemo.

Ik weet dat er tegenwoordig mogelijkheden zijn met ijsmutsen en dergelijke. Ik kies hier voor. Voor mij klopt het. Ookal doet het verdriet, het geeft mij gevoel van controle.

 

Gelukkig hoef ik in de MRI scan geen mondkapje op.  Als ik mijn excuus aanbied omdat ik te laat was reageren de zusters vriendelijk. We dachten al, dat iemand niet komt opdagen voor zo’n onderzoek is echt opmerkelijk. Het voelt sullig, ik weet van mezelf dat ik soms cijfers omdraai, of was dit een freudiaanse verspreking? Het komt nu allemaal wel heel dichtbij.

Dan weer wachten op de uitslag over twee dagen. René en ik beseffen dat we eigenlijk geen idee hebben wat het doel was van deze scan. Vrijdagmiddag half vier zitten we klaar. De afspraak is kwart voor vier en om vier uur gaat de telefoon.

Geen extra verontrustende bevindingen. de tumor is ongeveer 3 cm. Wat?! Het was toch 15 mm. Oh ja en dit is met uitlopers en alles er omheen. Ppffffft. oké dan. We gaan weer recht zitten. Deze scan was vooral ter extra controle en als ijkpunt tijdens het proces. Soms komen er dan extra dingen aan het licht en het valt allemaal mee. Ik kan worden gechipt en maandag 18 januari is het eerste gesprek met de oncoloog.

Ik ben bang. Bang voor wat komen gaat. angst voor de toekomst. Ik voel niets en in mijn borst zit iets wat vernietigd moet worden voordat het mij vernietigd. Ik heb geen idee wat ons te wachten staat. Hoe het zal zijn, hoe ziek ik me zal voelen.  Alles draait nu om herstel. Het is haalbaar. Velen zijn mijn voorgegaan. Ik denk dat ik er op tijd bij ben. Het had erger gekund.  En toch voel ik angst. Doodvermoeiend.

Om conditie op te bouwen ga ik wandelen. Als ik in een weiland stilsta wordt ik overspoeld door verdriet. Iets in mij breekt. Ik hoor mezelf hardop zeggen: “Ik wil dit niet!” Mijn gezond verstand antwoord. “Nee, natuurlijk wil je dit niet. En ik ben bij je. René is bij je. Het komt goed.” Ik haal diep adem en kom langzaam in beweging. Iets in mij zegt, “en toch vind ik het stom”. “Ja”, zegt mijn gezond verstand, “het is hartstikke stom”

 

3. Ik heb kanker, hoe vertel ik dit aan mijn omgeving?

Het was eerste kerstochtend 2020. We lagen er beide van wakker.
Borstkanker… En wie weet waar nog meer?
Ik kon alleen maar huilen. Hoe gingen we dit delen en met wie? Wanneer?

Ik kon niet bevatten hoe ik nu kanker kon hebben? Net nu alles zo goed gaat. Dit is onze zevende kerst samen. Ik durf ons leven samen bijna perfect te noemen.
Bij René ervaar ik eindelijk een veilig thuis.
Ik heb afstand genomen van energie vretende, beschuldigende personen in mijn leven. Hard gewerkt aan het hanteren van gevoelens en maken van opbouwende keuzes. Fijne relatie, gezonde, leuke, lieve kinderen, leuk werk, lieve dieren. Een prachtig nieuw huis. Ons plekje in Oudesluis: “Chateau Hoebe”.
Ik heb echt alles wat mijn hartje begeert. En ineens spatte de zeepbel van geluk uiteen.

Ik maak een lijst met namen van wie we persoonlijk willen inlichten.
Eerst mijn kinderen. René heeft geen kinderen. Helaas, want hij is wel een fantastische opvoeder en rolmodel.

Mijn oudste zoon, Anco (1991), woont, met zijn Finse vriendin, Arli in Polen. Dat zij ver weg wonen vinden we jammer. En ik ben het ook gewend. Toen ik Anco zijn vader verliet was Anco 13 jaar oud. Ik had het niet verwacht en ik heb toen jaren geen contact met hem gehad door ouderverstoting. Dat was heel pijnlijk. Pas een jaar nadat zijn vader overleed nam hij weer contact met mij op. Hij woont nu ver weg en we hebben wel weer fijn contact.

René en ik besloten hen eerste kerstdag overdag te bellen. In Polen viert men kerst op kerstavond, dat wilde we niet verstoren. Om de tijd te doden gingen we in de ochtend hout hakken. Ik vind het fijn fysiek iets te doen in tijden van stress. En dit was nog nuttig ook.

Eindelijk was het tijd om te bellen. Via de app had ik Anco al voorbereidt dat het een slecht nieuws gesprek ging worden. Aangezien ik alleen kon huilen, zette we de telefoon op speaker om gezamenlijk te vertellen over het bericht van de arts. René opperde het idee om het alleen te doen. En ik wilde er bij de kinderen zelf bij zijn.
Toen we ons verhaal hadden gedaan werd het stil aan de andere kant van de lijn.

Toen hoorden we Anco diep ademhalen en hij zei: “Mam, ik ken jouw als een sterke vrouw. En jij hebt zelf ooit tegen mij gezegd: Iedereen krijgt wat hij aankan” . “Hier kom je ook doorheen.”

Ik huilde en lachte tegelijk. Ik vond het zo hartverwarmend te horen hoe hij mij ziet. Het was een hele opluchting voor me dat dit achter de rug was.

Toen de jongste, Jaro (2008). Jaro was tot tweede kerstdag bij zijn vader. Het contact tussen mij en zijn vader is slecht. Normaal haal ik Jaro op en aangezien Jaro mijn gedrag kan lezen wist ik dat het geen goed idee zou zijn als ik hem die dag zou ophalen. Ik lichtte Jaro via de app in dat René hem kwam halen. Hij vertrok op tijd en dit was het ongemakkelijkste uur uit mijn leven.
Heel praktisch, heb ik ter voorbereiding de moeders van zijn Jaro zijn vrienden op de hoogte gebracht. Dit zijn ook mijn vriendinnen. Ik wil niet dat ze het van hun kind horen en ik vermoed dat Jaro zodra hij weet dat ik borstkanker heb zijn vrienden zal appen.
Ik ging maar huishoudelijke dingen doen om de tijd door te komen. Regelmatig happend naar lucht. Uitademen. Een steentje in mijn hand, knuffelen met de honden. Daar kwam de auto het pad op gereden. Mijn hart sloeg over. Als ik dacht aan de gevolgen die het voor Jaro kan hebben, stortte ik in. Hij heeft het zo fijn hier. Een prachtige kamer, rust, ruimte, harmonie en zijn huisdieren. Stel je voor dat ik wel op korte termijn zou komen te overlijden?! Hij kan vanwege de afstand nog niet zelfstandig naar school. Dat is nog meer dan alleen het verlies van zijn moeder. Die gedachte kon ik nauwelijks verdragen.

De honden sprongen blij naar buiten en om Jaro heen. Zelfs de kat laat zich dan even zien. We gaan met wat drinken zitten bij de keukentafel en Jaro heeft allang door aan de sfeer dat er iets speelt. We doen het verhaal en natuurlijk moet ik huilen. Jaro blijft vrij rustig. Zijn stem is wel schor als hij vragen stelt, zijn ogen vochtig en ook deze kanjer vat het bericht stabiel op. We pakken de kerstcadeautjes uit, want ja, die lagen al klaar onder de boom toen we nog niets wisten. Tussen de tranen door lachen we om de scheerspullen en voordat Jaro naar boven vertrekt om zijn maatje te bellen omhelst hij me en zegt: “Mam gelukkig is het niet besmettelijk en kan ik je gewoon knuffelen”.

Hoe mooi en positief is dat! Dat is er ook! En de verbinding tussen René en de jongens waarvan we wel wisten dat het er was wordt nu ook ineens extra belicht. De bewustwording van hoe belangrijk we elkaar vinden en hoe liefdevol onze verbindingen zijn geeft moed.

Dan werken we de rest van de lijst af.
Ik weet uit ervaring hoe het is om zo’n naar bericht te ontvangen. Een goede vriend heeft afgelopen zomer ook onverwacht diagnose kanker. Het heeft vrij lang geduurd voordat ik deze realiteit kon toelaten in mijn hoofd. Het was ronduit overweldigend dit bericht te ontvangen.

In overleg neemt René contact op met een aantal personen. Hij neemt telefonisch contact op. Ik niet. Ik kan niet overweg met de reacties. Om mezelf te beschermen stuur ik iedereen die ik het wil laten weten heel onpersoonlijk een persoonlijk app bericht. Sommige willen meteen bellen. Dat wil ik niet, ik neem dan ook niet op. Van sommige mensen van wie ik weet dat ze sensitief reageren, licht ik eerst de partner in. Wellicht klinkt dat overdreven en achteraf denk ik dat we er goed aan hebben gedaan. In het bericht “reacties van de omgeving” en het bericht “kanker en werk”, ga ik dieper in op wat het met de omgeving doet en wat het met mij doet.

Een aantal mensen vertellen we het (nog) niet. Dat gaf wel even een dilemma om het nu openbaar te maken. Door op mijn site te vermelden dat ik borstkanker heb. Komt het bericht ook wellicht bij mensen voor wie ik het liever stil hou.
Bij voorbeeld mijn vader(1934). Ondanks dat ik onlangs afstand van hem heb genomen en het contact heb verbroken. Hoop ik dat dit bericht hem bespaart blijft. Hij wordt enkel herinnerd aan het verlies van mijn moeder. En horen dat je kind een levensbedreigende ziekte heeft is groot. Ook als er geen direct contact is.

Mijn ex, de vader van mij jongste. Hoe mooi zou het zijn om dit te delen en samen ons kind hierin te begeleiden. Het verleden heeft dikwijls uitgewezen dat het enkel onrust brengt. Ik overleg constant met Jaro betreft zijn wensen hierin en van daaruit neem ik mijn beslissingen. René, Jaro en ik willen de situatie en omgang zo lang mogelijk zo normaal mogelijk laten verlopen. Herstellen en stabiliteit hier in huis heeft vanaf nu prioriteit.

 

2. Hoe het begon in december 2020

Vandaag voelt als een pijnlijke dag. Ik heb de opening van mijn berichten gisteren geplaatst. Nu is het openbaar. Dat doet meer met mij dan ik verwachtte….
In het bericht, hoe vertel ik het mijn omgeving schrijf ik over mijn dilemma het openbaar te maken. Dat is nu het punt niet niet. Door de aankondiging op de site komen alle bijkomende emoties terug.

Het is zaterdag 16 januari 2021. We zitten in de auto. Mijn man René en ik reden vandaag naar een dorp om een machine voor zijn bedrijf te bekijken.  Normaal maken we er een gezellig dagje van.
En nu is alles anders… Alles draait nu om wat komen gaat. Geen idee wat of hoe?

We zijn inmiddels onderweg naar huis. Ik zit in de auto naast René verlamd van angst. Ik voel de tranen branden. Machteloos geef ik me over aan deze gevoelens. Ik voel dat tranen over mijn wangen biggelen. Terwijl het landschap aan mij voorbij trekt herbeleef ik de dag van het schokkende bericht…..

Hoe het begon:

Ergens begin december 2020 voelde ik wat prikken in mijn oksel. Ik dacht dat het kwam door een oude beugel bh. Als de beugel door de stof komt geeft dat een schrijnend gevoel. Ik wreef wat met mijn hand en voelde een knobbeltje….

De volgende dag voelde ik weer en ja, hoor het knobbeltje zat er nog. Het lag niet aan mijn bh. De dag erna nog. Ik vroeg mijn man René of hij het ook voelde. René kon het niet voelen. Hij zei wel: “als het wel wat is, moet je er op tijd naar laten kijken.”

Ik ben een echte zorgmijder. De huisarts ziet ons zelden. Straks heb ik iets! Dus ga ik gewoon niet heen. Maar ja, mijn moeder is overleden aan kanker.
Ze vonden bij haar laatste controle een knobbeltje. Ik weet nog dat ik haar een dag voor de uitslag buiten tegenkwam. Ze keek me recht aan met haar heldere blauw ogen en zei: “Als het morgen slecht nieuws is vind ik het ook goed”
Zij was niet bang voor het hiernamaals en wilde beslist geen chemo kuur. Uiteindelijk is het uitgezaaid en is zij overleden. Ze was in de zeventig. Respectabele leeftijd. Er had nog best tien jaar van haar leven bij gekund en gemogen!

Onlangs dacht ik nog, tja op haar leeftijd kan ik me er iets bij voorstellen. Dat ze niet aan chemo wilde beginnen. Als je rond de vijftig bent en je hebt jonge kinderen, dan sta je er wel anders in. Ik had op dat moment nog geen idee wat mij te wachten stond! Op 1 januari 2021 ben ik 50 geworden. Toeval bestaat.

Afijn. Toen ik het knobbeltje eenmaal had opgemerkt bleef het de aandacht trekken. Vlak na het overlijden van onze moeder, voelde ik ook van alles. Ik ben toen naar de huisarts gegaan en om dingen uit te sluiten heeft hij mij doorgestuurd voor een mammografie. Niets te zien, dat gaf weer lucht!
Dus, ik dacht lekker praktisch. De jongste die nog thuis woont, gaat in de kerstvakantie naar zijn vader. Kan ik mooi effe naar de huisarts en doen we dit kunstje nog een keer. Heeft hij geen last van de eventuele spanning. Zo gezegd zo gedaan.
De huisarts merkte inderdaad op dat dit knobbeltje iets was wat niet in mijn borst thuis hoorde. Zij ging me doorsturen voor een mammografie en een echo. Ze benadrukte, dat als er tijdens de echo iets wordt opgemerkt,  er direct een biopsie wordt genomen. Dus wees voorbereidt. Ja, maar, ik voelde het zitten, dus het zal toch niets wezen?
Het kan een ontstekinkje zijn en we laten het even nakijken.
Eigenlijk ging ik op dat moment best gerustgesteld naar huis.

De mammografie kon op de donderdag voor kerst. Ik had die dag een afspraak staan met een cliënt om tien uur. Rond acht uur werden we in het ziekenhuis verwacht, want zo zei de dame aan de telefoon, als er iets is kan het dezelfde dag nog naar het lab.

Ik heb het gehoord, dezelfde dag naar het lab. En gewoon langs me heen laten gaan. Wat nou naar het lab!? Acht uur de monografie, echo er achteraan. En om tien uur mooi op tijd te werk. Ik weet niet wat mij op dat moment bezielde. Pure ontkenning!
Natuurlijk heb ik in de loop van de week overwogen de afspraak met cliënt te verzetten. En het was net alsof ik verwachtte dat ik de uitslag op deze manier kon beïnvloeden. Dat bleek dus anders te zijn.

Op de tafel voor de echo werd medegedeeld dat er een biopt zou worden genomen. Paniek! Ik schrok me te pletter! Ik heb grote angst om te worden geprikt. Vind ik echt verschrikkelijk! Maar ja, daar lag ik al terwijl de arts nog driftig verder zocht met dhet echo apparaat.
Zij zei: “ik kijk nu meteen even of je lymfe ook is aangetast want dan nemen we daar ook even een punctie van. Anders moet u daarvoor terug komen en dat kost weer extra tijd” . “Ja hoor, hier is het een beetje gezwollen. Dat nemen we gelijk even mee. Het ligt in hetzelfde gebied als het knobbeltje dus ik probeer het met de zelfde verdoving te doen.”

Ik keek naar René, René keek mee op het scherm. Ik zag hoe hij zijn wangen naar binnen zoog en zijn lippen op elkaar klemde. Dus sloot ik mijn ogen en onderging het lijdzaam. Goed uitademen. De pijn viel best mee.

We werden keurig naar de gang begeleid waar we worden doorverwezen naar de borstkliniek in het zelfde gebouw. Verdoofd, verward hielden René en ik elkaars hand vast. Ik hoor mezelf zeggen: “Moet ik nu die cliënt maar afzeggen? Dit ga ik niet redden in de tijd. Laat staan dat ik mijn hoofd erbij kan houden.” Ik zeg de cliënt afspraak af.

We lopen naar de borstkliniek. Ook deze arts is super lief en kundig. Zij legt ons de procedure uit. En nadat zij zelf de knobbel heeft gevoeld bereidt ze ons voorzichtig voor op slecht nieuws. Achter het mondkapje hap ik naar lucht! Er valt een bom omdat ik het nooit voor mogelijk heb gehouden dat ik daadwerkelijk kanker zou kunnen hebben! Met een brok in mijn keel, tranen in mijn ogen, bijna hyperventilerend hoorde ik mezelf met schorre stem zeggen: “Hoe vertel ik dit aan mijn kinderen?”

René, is een rots voor me. Hij houdt mijn hand vast en zucht: “Meissie toch… “Meer hoeft hij niet te doen. Hij is er gewoon. Zo lief. Nasnikkend gaan we huiswaarts in afwachting van het telefoontje met de uitslag aan het einde van de dag.

Rond middag belt de huisarts om te vragen hoe het gaat. Dat vind ik fijn. Mocht ik moeite hebben met slapen kunnen ze me een pilletje geven. En als ik anders hulp nodig heb kan ik bij ze terecht.

De uitslag van het onderzoek van het knobbeltje in mijn borst komt om vier uur. Het bevestigt waar we bang voor zijn. Kanker in de melkgang.
Dat is de meest voorkomende vorm en goed te behandelen.
Fase twee, gemiddeld groeiend.
Het kan dus slechter.

En we zijn er nog niet. Voor de uitslag van de lymfe moeten we wachten tot maandag 28 december na de kerst… De volgende stap hangt af van deze uitslag betreft de lymfe.

Ineens is het concreet. Ik heb borstkanker en misschien nog wel uitzaaiingen! Het is niet te bevatten. We zijn verdoofd, lamgeslagen, verdrietig, radeloos en bang. Hoe moet dat nu? Waarom? Hoe dan? Wat zijn de gevolgen voor mijn jongste? Mijn werk, mijn cliënten!? Ga ik dit overleven? Wat zijn mijn kansen? Wie moeten we het vertellen? We weten het niet…

Dan ben ik plotseling weer in het hier en nu.  Zaterdag 16 januari. We rijden thuis het pad op. René pakt mijn hand. “Gaat het meissie? Ik heb voorzichtig gereden, kostbare lading aan boord.” De schat. Hij opent de voordeur en de honden komen blij springend op ons af.

Om mijn verhaal tot op heden te vertellen moet ik even terug in de tijd. Overmorgen 18 januari  hebben we het eerste gesprek met de oncoloog. Dat is het punt waar we nu zijn.

Het terugdenken aan deze ervaringen zijn blijkbaar traumatisch voor me. Ik wordt overspoeld door de heftige emoties die ik toen voelde. En verdween soms helemaal in het verleden. Ook al is het verleden maar drie weken geleden. Ik ging met mijn hele aanwezigheid terug in de tijd. Trauma kenmerkt zich ook door fragmenten en een onsamenhangend verhaal. Hierboven heb ik het wel in de juiste volgorde geschreven anders valt het niet te volgen. Mijn werkelijke beleving was chaotisch.

Herbeleving is niet helend voor trauma. Het lucht misschien even op de tranen te laten vloeien en de verwerking zit vooral in de vormgeving van het verhaal. Dat het verhaal van een vervelende gebeurtenis, een begin krijgt, een midden en een einde. Dat blijkt niet gemakkelijk nu ik nog steeds aan het begin van het proces sta. Welk einde?

Ik zal erop letten dat ik mijn gevoelens kan toelaten en tevens aanwezig kan blijven in het hier en nu. Door de verleden tijd te gebruiken. Mijn voeten op de vloer te houden en focus op mijn ademhaling. Naar binnen gaan en voelen wat ik nu nodig heb.

1.Borstkanker: De reden van de tijdelijke sluiting van mijn praktijk.

Beste lezer

Sinds kerstavond 2020 weet ik dat ik een vorm van borstkanker heb. Natuurlijk ben ik erg geschrokken. Zijn wij erg geschrokken! Dat cadeau hebben we helemaal niet gevraagd onder de kerstboom! Toch is het de realiteit….

Omdat ik emotioneel momenteel niet aanwezig kan zijn voor mijn cliënten heb ik besloten de praktijk voorlopig te sluiten en mij volledig te richten op mijn herstel.

Ik heb drie redenen waarom ik over mijn proces ga schrijven namelijk:

Ten eerste heeft het schrijven van mijn verhaal een praktisch doel. Om belangstellenden op de hoogte te houden. Wil je weten hoe het met me gaat, hoe ik mijn proces ervaar? Lees dan mijn berichten.
Op het moment dat ik eventjes met mijn gedachten bij iets anders ben, wil ik – hoe lief de belangstelling ook bedoelt is – graag met rust worden gelaten. Wat dat betreft lijk ik op een kat, die zich terug trekt en rust neemt. Mensen opzoeken doe ik liever als ik me fit voel.

En het schrijven van mijn ervaring is een stuk verwerking voor mij persoonlijk. Ordening van mijn gedachten, gevoelens en belevingswereld.

Tot slot is de belangrijkste reden waarom ik mijn gevoelens en ervaringen deel: “Zingeving”. Dat hetgeen mij nu overkomt, iets zinvols kan bijdragen aan het geheel.

Dat idee  kwam tot stand omdat ik kort na mijn diagnose een Volkskrant magazine las, waarin verslaggeefster Elles van Gelder haar proces van borstkankerbehandeling deelde. Haar man fotograaf Jonathan Torgovvnik heeft haar proces met foto’s vastgelegd. Elles zegt in het artikel: “Wat zeg ik tegen mensen die ik interview? “Deel jouw proces, vertel jouw verhaal”. Daarom publiceerde zij de onderstaande foto’s.


De eerste aanblik van de foto’s vond ik heftig om te zien. Dit gaat mij dus ongeveer ook gebeuren dacht ik. Mijn maag draaide om. Ik schrok me rot.

Toen ik van de eerste schrik bekomen was kon ik door het zien van deze foto’s het licht aan het eind van de tunnel zien. De ogen van Ellen op de foto’s raakte mij. Achter de bleke huid met donkere kringen om haar ogen blijf ik haar ziel zien. Haar kracht en wil om te leven. En op de laatste foto’s de hervonden levenslust en terechte trots. Dit beeld geeft mij houvast. Geloof. Vertrouwen, dat het met mij uiteindelijk ook goed komt.

Ik ben geen verslaggeefster of fotograaf. Ik ben therapeut en houdt me bezig met de ervaren, beïnvloeding van gedachten, gevoelens en gedragingen.
Mijn wens is dat het beschrijven van mijn ervaringen lotgenoten en hun dierbaren zal steunen. Dat het bijdraagt aan hun welzijn en behoud van eigenwaarde.

Als therapeut ben ik namelijk ook maar een mens met mogelijkheden en beperkingen. Dit nieuwe terrein wat ik noodgedwongen moet verkennen, ga ik zowel daadkrachtig als angstig en onzeker tegemoet. We hebben geen idee wat ons te wachten staat aankomend jaar. Dat brengt veel ongemak en dat voelt heel akelig.

Liefs, Coja